Sparen en zekerheid

De meeste spaarders hechten veel aan zekerheid. Wat nu als een bank onverhoopt het loodje zou leggen?

Om de spaarders en het vertrouwen in banken te ondersteunen hebben de Nederlandse banken gezamenlijk een garantieregeling in het leven geroepen. De Collectieve Garantieregeling die actief was vanaf 1978 is per 1 januari 2007 vervangen door het depositogarantiestelsel binnen de Wet op het financieel toezicht (Wft).

Het nieuwe depositogarantiestelsel houdt in het kort het volgende in: mocht een bank waarop het depositogarantiestelsel van toepassing is, niet meer aan haar verplichtingen kunnen voldoen (bijvoorbeeld in het geval van een faillissement), dan zijn rekeninghouders er zeker van dat de eerste € 20.000 van hun tegoeden op betaal- of spaarrekeningen gegarandeerd zijn. Voor de volgende € 20.000 geldt dat zij hiervan 90% terugkrijgen. Voor het deel van uw betaal- of spaarrekening tussen de € 20.000 en € 40.000 geldt dus een eigen risico van 10%.

Zekerheid in heel Europa

Het garantiestelsel is een regeling die de belangen van de rekeninghouders waarborgt. De Europese Unie verplicht de lidstaten een garantieregeling in het leven te roepen en geeft de minimumnormen waaraan die regelingen moeten voldoen. Het Nederlandse depositogarantiestelsel is net zoals bijvoorbeeld de Belgische Garantieregeling aangepast aan deze Europese richtlijnen en dekt dezelfde bedragen. In Duitsland en Luxemburg zijn soort gelijke regelingen van kracht (Association Pour La Garantie Des Dépots Luxembourg (AGDL)).

Het garantiestelsel geeft bescherming aan particulieren, kleine ondernemingen, verenigingen en stichtingen die een vordering hebben op de bank die in de problemen is geraakt en is onder andere van toepassing op tegoeden op betaal- en spaarrekeningen. De regeling voorziet in terugbetaling van maximaal euro; 20.000 per rekeninghouder per bank (sommige landen afwijkend).

Let op : De regeling in België (o.a. Argenta) dekt niet het tweede deel de 90%!

Zekerheid in de praktijk

Dit alles betekent in de praktijk voor spaarders in Nederland dat hun totale tegoed bij een bank tot een maximum van 40.000 euro gegarandeerd is, met een eigen risico van 10% voor het deel tussen de € 20.000 en € 40.000. Let op: het aantal rekeningen per spaarder is niet van belang, net zo min als de werkmaatschappij van de bank. Meerdere rekeningen bij verschillende dochters van de bank is dus gelijk aan meerdere rekeningen bij dezelfde bank.

Wil de bezorgde spaarder zijn spaartegoed zoveel mogelijk gegarandeerd hebben, dan kan deze zijn bezit opsplitsen over verschillende rekeningen. In theorie kan men dit doen voor misschien wel 50 verschillende instellingen, waarmee dus een theoretisch maximum van 2 miljoen euro gegarandeerd zou kunnen worden, maar of dit in de praktijk nou echt makkelijk is, is nog maar de vraag.

Tenslotte; het garantiestelsel is een ‘omslagregeling’. Dat wil zeggen dat De Nederlandsche Bank, die met de uitvoering van de regeling is belast, de uitkeringen omslaat over de andere banken die onder het stelsel vallen. Mocht er dus een bank in de problemen komen, dan zullen alle andere banken hiervoor opdraaien. Of dit in voorkomende gevallen voor de spaarder bij die andere banken te merken valt is niet te voorspellen, maar duidelijk zal zijn dat niemand echt op het inroepen van het stelsel zit te wachten.

Zie ook deze informatie over het garantiestelsel, dit nieuwsbericht van De Nederlandse Bank (DNB) en deze publicatie van de Nederlandse Vereniging van Banken (NVB).

Links:

  • nvb.nl – Collectieve Garantieregeling
  • dnb.nl