Rente op rente

Tijd én discipline kunnen spaarder een aardig kapitaal opleveren

AMSTERDAM -Tijd en discipline zijn de beste vrienden van een spaarder. Door tijdig te beginnen en elke maand een bedrag weg te zetten, kan een aardig eindkapitaal worden bereikt. Leuk als aanvulling op het pensioen, als aanbetaling op dat buitenlandse huisje of voor die lange wereldreis. Voor velen is het wel een zaak van een lange adem.

Hou geld niet te lang in een spaarvarken thuis, dat levert geen rente op. De inflatie wordt zo niet gecompenseerd.
Wie in staat is van zijn inkomen maandelijks iets weg te zetten op een spaarrekening of in een risicomijdende belegging zoals bijvoorbeeld een veilige staatsobligatie, moet dat zeker doen. Door het zogeheten renteop-rente-effect kan een kapitaal exponentieel stijgen. Naar verluidt heeft Albert Einstein dit effect ooit het achtste wereldwonder genoemd. Hoe langer je spaart, des te steiler de klim van het kapitaal.

Rente op rente wordt ook wel samengestelde rente genoemd. Dat wil zeggen dat de spaarder ook rente ontvangt over de rentevergoedingen uit voorgaande jaren. De rentecomponent stijgt daardoor steeds sneller, waardoor het kapitaal uiteindelijk exponentieel kan toenemen.

De meeste spaarrekeningen vergoeden automatisch een samengestelde rente. Belegt u het geld echter, bijvoorbeeld in staatsobligaties, dan moet u het rendement zelf weer herinvesteren om een rente-oprente-effect te krijgen: u koopt dus staatsobligaties bij. Er zijn obligatiefondsen die dit automatisch doen, ze keren niets van het rendement uit, maar voegen dat toe aan de portefeuille.

De uiteindelijke exponentiële groei van het kapitaal wordt alleen begrensd door de tijd dat het kapitaal kan aangroeien. We gaan uit van een rente van 4%. Dat lijkt nu hoog, maar door de eeuwen heen ligt de gemiddelde lange rente, de rentevergoeding op een langjarige staatsobligatie, in Nederland tussen 4 en 5%. In tien jaar tijd groeit een kapitaal van €1200 bij 4% per jaar aan tot €1776, na 20 jaar staat er €2629 aan spaarsaldo, na 40 jaar €5761 en na 65 jaar €15.358.

Dat zijn aardige bedragen, genoeg voor een lange vakantie, maar voor een pensioen of tweede woning is het al snel te karig. Helaas leidt rente op rente pas op lange termijn tot indrukwekkende resultaten. Zo bereikt een bedrag van €1200 in 400 jaar de lieve som van €7.807.589.396, dat is €7,8 miljard.

Je eigen Rotschild-dynastie

Het probleem is natuurlijk dat niemand 400 jaar de tijd heeft om te sparen. Het maakt overigens wel duidelijk hoe familiekapitalen door de eeuwen heen konden uitgroeien tot miljardenvermogens. Niet dankzij een paar ondernemers in de stamboom – de geschiedenis is bezaaid met welgestelden die het familiekapitaal erdoorheen jagen – maar door een paar saaie boekhouders in de familie. Blijf dan ook nog eens de Belastingdienst – vooral vervelend bij overerving – en de inflatie voor en je start je eigen Rothschild-dynastie. De nabestaanden zullen dankbaar zijn.

Voor wie zelf nog van zijn vermogen wil genieten zal 40 jaar zo’n beetje de langst denkbare spaarhorizon zijn. Maar na 40 jaar €5761 bereiken, daar win je de oorlog niet mee. Maar wat als je niet €1200 inlegt en stopt, maar gedurende die 40 jaar elke maand €100 opzij zet? Het element tijd krijgt dan versterking van discipline; elke maand €100 wegzetten. Na 40 jaar tijd wordt dan €116.486 bereikt, bij 4% rendement. Doe je beide – €1200 eenmalig inleggen en daarnaast €100 per maand sparen – dan levert dat €122.248 op. Een spaartijd van 15 jaar levert in deze constructie al €26.707 op.

Inflatie

De grote vijand van spaarders is geldontwaarding. Volgens een enquête van ING onderschatten consumenten niet alleen het rente-op-rente-effect maar ook de schade van inflatie. „Bij een inflatie van 2% ligt het prijspeil over 20 jaar 50% hoger dan nu. Een bedrag van € 100.000 heeft dan nog maar dekoopkracht van €66.667 van vandaag”, zo schrijft de bank.

Het is dus vooral zaak om de inflatie voor te blijven. Met een hoge spaarrente lukt dat doorgaans ook. Maar dan is er ook nog de belasting op vermogen; 1,2% in box 3, die hard op de aangroei van een kapitaal kan drukken. Een rente van 4% is daarmee netto eigenlijk 2,8%. Houden we ook rekening met een inflatie van 2%, dan blijft er weinig aangroei over. Spaardiscipline lijkt daarmee uiteindelijk meer op te leveren dan het rente-op-rente-effect.

Wél is het mogelijk om kapitaal harder te laten groeien door een hoger rendement te behalen. Zo is de richtlijn voor obligaties zo’n 6% per jaar en die voor aandelen 8%. Zouden we in ons voorbeeld die €100 per maand niet 40 jaar op een spaarrekening zetten, maar in aandelen beleggen en de opbrengst herbeleggen dan levert dat €324.180 op. Gecorrigeerd voor een jaarlijkse inflatie van 2% en fiscale heffingen, ervan uitgaande dat het hele bedrag boven de vrijstelling valt, dan leidt dit tot een reële opbrengst van €141.641.

Bron: Telegraaf